Toen ik in 1984 het ouderlijk huis verliet – ik was toen net achttien – was het vanzelfsprekend dat ik in mijn nieuwe woonplaats een andere kerk bezocht: gewoon, ook Gereformeerd. Die kerk was gauw gevonden.
Jammer dat ik toen mijn zoektocht niet uitgebreider had toegepast, want ik heb me nooit echt ‘opgenomen’ gevoeld in die kerk. In de kerk in mijn geboorteplaats echter was ik opgegroeid met alle ups en downs van ons gezin: de doop van mijn broertjes, kindernevendienst, club, catechisatie, de hele rambam. Ik heb er zelfs jaren schoongemaakt en op de kinderen van de koster gepast. Ik heb – vanuit de lagere school – op een kinderkoor gezeten en vanuit de kerk in de cantorij. Ook begrafenissen waren vanzelfsprekend gekoppeld aan deze kerk. Ik voelde me er thuis en kende er veel mensen, en veel mensen kenden mij.
In tegenstelling tot de kerk die ik later bezocht toen ik op kamers ging. Ik zat in de verpleging en ook op de werkvloer was het geloof een wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven. In 1990 deed ik mijn geloofsbelijdenis en trouwden we in deze kerk, en in latere jaren lieten wij onze twee dochters er dopen.
Tijdens het huwelijk werd onze kerkgang al gauw minder. Net voor de scheiding (2002)hebben we ons uit laten schrijven. Bij mij was er toen al van alles gaande, ik probeerde uit te vogelen hoe het nou zat met dat Christelijk geloof. Ik kwam er niet uit: het was te wettisch, te omslachtig voor mij. Geloof binnen vier muren van een kerkgebouw kon ik niet meer rijmen met het leven van alledag. Bovendien merkte ik op dat er ook binnen deze gemeente veel eenzame mensen waren. Iedereen zat op zijn vaste plekje, vanuit zijn eigen kader, met zijn of haar eigen muurtje.
Veel liever ontdekte ik de schoonheid van de schepping, en voelde ik de Liefde binnen mijn eigen wereld. Het verschafte me een rotsvast vertrouwen, een innerlijke vreugde. Een zo mooie schepping, met prachtig mooie mensen daarop, dat kon in mijn ogen niet alleen bestemd zijn voor een kleine selecte groep, in één klein landje op de kaart. Dat moois is toch voor iedereen?
Die uitkomst verschafte mij het inzicht waar ik al die jaren naar gezocht had. De Liefde ligt niet vast in geschriften, maar de Liefde staat hier, recht voor je neus! De zon, de maan, de boterham op je plank, de vrienden om je heen: een intenser beleven van het geloof en de Liefde van een God of Energie is voor mij ondenkbaar. Ik ben blij dat ik deze ontdekking heb gedaan en het is mij ruim voldoende. Het hoeft niet langer te passen in een kader.
Leven en liefhebben vanuit respect en empathie voor elk medemens, tolerantie naar alle schepsels, of ze nu Katholiek, Moslim of Protestant zijn: het naampje boeit me niet, maar wel de Liefde, die velen in het hart dragen. Ik wens die uitkomst iedereen toe, want het kan je veel vreugde brengen.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Dinsdag 26 mei 2009
Thou shalt not be vulnerable.
Ja, ja, wat een mond vol! Gij zult niet kwetsbaar zijn. Het komt wel eens voor dat je over straat loopt en dat je iemand tegenkomt die je kent. Je roept dan naar elkaar, op een afstand van een paar meter: ‘alles goed?’ en je voelt dan als het ware dat je eigenlijk niet zo heel erg benieuwd bent. Je hebt de neiging om door te lopen, want willen we werkelijk weten hoe het met de ander gaat? Verwachten we niet als antwoord: ‘ja hoor, alles goed, met jou dan?’, om vervolgens ieder onze weg te vervolgen. Hebben we nog werkelijk belangstelling naar elkaar? Is het nog interessant om te weten wat de ander bezighoudt? Wat zijn we toch altijd bezig met onszelf, en hoe weinig staan we nog open voor het verhaal van de ander.
Stel je voor! De ander vertelt dat het eigenlijk niet zo goed gaat, door wat voor oorzaak dan ook. Om dan werkelijk stil te blijven staan, en verbondenheid en genegenheid te voelen voor de ander, wie doet het nog?
Ik hoop dat de bewustwordingsprocessen van mensen een positieve wending gaan nemen, en dat we werkelijk opnieuw durven kijken naar de ander. Het individualisme is wel zo’n beetje over het hoogtepunt heen, dunkt me, want steeds meer mensen worden gewaar van de onzinnigheid van het bestaan in het drukke, rijke westen. Hoe veel geld wil je verdienen, en hoeveel willen we uitgeven? Er zal een breekpunt bereikt gaan worden waarop iedereen inziet dat de werkelijke waarde van het leven in zoveel andere, bijzondere momenten zit. Waardering van het kleine, werkelijk belangstelling voor je naaste. De kredietcrisis zal uiteindelijk ook een positieve wending nemen.
Begrijp me goed, ik doe er ook aan mee hoor. Ik loop niet over het marktplein met een zoeklicht om te ontdekken of er nog mensen zijn met problemen die hun ei kwijt willen, ook ik doe mijn eigen rondje dorp, zonder te realiseren dat het een dorp vol eenzame mensen is. En trouwens, is het dan aan mij om een steentje bij te dragen aan de bewustwording van de buurvrouw naast mij? Ben ik verantwoordelijk voor het leed van de ander? Nee, dat niet. Maar wel ben ik van mening dat zelfs de kleinste glimlach, zelfs het simpelste gebaar, een rimpeleffect kan doen ontstaan. Als iedereen een klein stapje langzamer loopt, en werkelijk omziet naar de ander, zou dat geen grote uitwerking kunnen hebben? Ik ben er van overtuigd dat niets zomaar gebeurt, en je komt die persoon niet zomaar tegen.
Vorige week nog. Ik werd spontaan aangesproken door de overbuurvrouw, toen ik over de braderie liep. Er ontstond als vanzelf een gesprek, met positieve gevolgen. Ik woon twaalf jaar tegenover haar, en nu pas is daar dat moment van werkelijk contact!
Ik ben blij dat ik daar liep, op die middag.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Zondag 23 augustus 2009
Vanmorgen vroeg ik mij het volgende af. Zijn we niet allemaal heel erg afhankelijk van iets? Afhankelijk van internet, van werken, eten, partners, geloof, overtuigingen, vrienden, sporten, hobbies, zonlicht, warmte, liefde, angst...
Laat ik het even bij mezelf houden om niet in te vullen voor de ander. Waarom hebben we zoveel werkwoorden en zelfstandig naamwoorden waar we ons aan vast houden? De vriend, de overheid, het weer, enz.
Als een mens alleen zou zijn, zonder al deze dingen, zou hij of zij niet kunnen leven. Maar wat is gewone afhankelijkheid om te overleven, en wanneer begint de afhankelijkheid die niet bijdraagt aan ons welzijn, maar aan onze ondergang?
Jaja, ik mijmer wat af op deze mooie zondagmorgen. Er is een duidelijk verschil wat we dus nodig hebben om in leven te blijven, en daarnaast is er de afhankelijkheid van zaken waar je zonder kunt. Ik denk trouwens niet dat we zonder mensen kunnen: vriendschappen en familie. Eten en drinken is ook nodig om te blijven leven natuurlijk, en bescherming en kleding. Maar alles wat wij er zelf aan toevoegen? Heeft dat ook werkelijk een toegevoegde waarde? Zoals lekker eten, alcohol, roken en dergelijke? En winkels met dure kleren, pretparken, parfums, mooie auto's? We hebben het niet nodig. Maar we weten niet beter! Het is zo normaal, je groeit er mee op. Toch zou het goed zijn om je bewust te zijn van al deze luxe, want zouden we niet veel gelukkiger zijn zonder alles maar te willen hebben?